 |

Klik hier voor de video-impressie van Den Hoorn
Den Hoorn, met het meest gefotografeerde witte kerkje, is een schattig dorpje dat ooit werd bewoond door vele zeeloodsen. Zij staken simpelweg de duinenrij
over om schepen door de moeilijke wateren te loodsen. Veel huizen zijn monumenten en voorzien van plaquettes, waarop interessante informatie staat over de
bouw en de vorige bewoners.
Den Hoorn is het meest zuidelijke dorp van het eiland. Het dorp stamt vanaf 1398 toen - na verwoesting van de oude nederzetting Den Horn (later als Oude
Hoorn aangeduid) door de Hoeksen - iets noordelijker op '’t Klif' de eerste bewoners zich hier vestigden. In de tijd dat Den Hoorn nog aan zee lag was het
dorp, mede omdat zich hier de loodsen gevestigd hadden, van groot belang voor de scheepvaart. Tegenwoordig is het vooral een agrarisch dorp.
Het fotogenieke Hoonder kerkje stamt uit de 15e eeuw. Circa tweehonderd jaar later werd het koor afgebroken en kwam daarvoor een rechte muur in de plaats.
Het jaartal 1646 in de ankers herinnert hieraan.
Vlakbij Den Hoorn, in de duinen richting Paal 9, ligt een aantal bunkers. De commandopost van dit Nederlandse verdedigingswerk werd in 1939 aangelegd op de
top van het Loodsmansduin in het zuiden van de Westerduinen. De versterking maakte deel uit van de ‘Stelling van Den Helder’ en diende ter verdediging van de
haven van Den Helder.
In het Maffenvlak, iets verderop in de duinen, werden enkele geschutsbunkers opgesteld die vanuit deze commandopost werden geleid. Batterij Den Hoorn geldt
als één der laatste voorbeelden van Nederlandse vestingbouw. Wat thans nog rest van deze bunkers werd daarom aangewezen als een 'Provinciaal Monument'.
De iets lager tegen de glooiing van het Loodsmansduin gelegen bunker werd in 1942 door de Duitse bezetter gebouwd en voorzien van luchtafweergeschut. Eén van
de ruimten van deze bunker is door Staatsbosbeheer ingericht als overwinterplaats voor vleermuizen. Door de ondergrondse ligging heerst in de bunker het
gehele jaar door een gelijkmatige temperatuur met een vrij hoog luchtvochtigheidsgehalte: een ideale verblijfplaats voor vleermuizen.
Ten zuiden van het dorp ligt de Mokbaai. Deze baai ontstond in de eerste helft van de 18e eeuw als gevolg van een proces van 'verheling' van een grote
zandbank met de Texelse kust. Tot aan de verzanding van de baai in 19e eeuw was het water bekend als 'de Rede van Den Hoorn', een ankerplaats voor
zeeschepen. Thans is het een kweldergebied dat door tal van vogels op hun trek bezocht wordt.
Daarbij in de buurt ligt het natuurgebied De Petten. Het ondiepe vogelplasje werd in 1912 geschonken aan de Vogelbescherming Nederland. In de plas liggen
‘eilandjes’ waar diverse watervogels nestelen. De Petten is een broedgebied van kokmeeuw, visdief en kluut.
Het oudste huis op Texel is het Torenhuis aan de Westerweg. Het in 1578 gebouwde monument is genoemd naar de (kerk)toren die naast de boerderij stond. De
toren behoorde eertijds tot Texels oudste kerk; die van het vroegere vissersdorp De Westen. De toren, die haar spits verloor in 1710, heeft nog tot 1859
gediend als baken voor de scheepvaart. Na afbraak werden de stenen gebruikt voor de bestrating van een nieuwe weg tussen de dorpen Den Hoorn en Den Burg. Het
Torenhuis is in 2003 geheel door de nieuwe bewoners verbouwd.
Het buurtschap De Westen, enkele kilometers van Den Hoorn, werd genoemd naar het gelijknamige dorp dat hier lang geleden lag en in de 15e eeuw de grootste en
belangrijkste nederzetting op Texel was. De ondergang van het dorp wordt in het algemeen toegeschreven aan plunderingen en brandstichting door de Watergeuzen
in maart 1592. De naam Watergeuzen had betrekking op een groep vrijbuiters die zich in leven hielden door het plegen van kaapvaart op de Noordzee. In een
andere lezing wordt de teloorgang van het dorp geweten aan het opdringende duinzand, waardoor het geheel bedolven werd.
|
|
|