 |

Klik hier voor de video-impressie van Oudeschild
In vroeger tijden meerde de veerboot af in Oudeschild, de havenplaats en nog altijd de thuisbasis voor de omvangrijke Texelse vissersvloot.
De haven werd vroeger ook gebruikt voor de veerdienst naar Den Helder, een primaire levensader voor Texel. Eerst de Alkmaar Packet en alter de TESO hebben de
haven tot 1963 gebruikt. Toen verplaatste TESO de activiteiten naar ’t Horntje.
De Rede van Texel; was de verzamelplaats voor die enorme zeilvloot. Soms lagen schepen wekenlang te wachten op een gunstige wind om uit te varen. De
zeelieden kwamen in Oudeschild aan wal om plezier te maken en handel te drijven. Bovendien bleek het ijzerhoudende water uit de Wezenputten uitermate
geschikt om tijdens de lange zeereizen mee te nemen.
Het in deze putten gewonnen water werd vroeger als drinkwater verkocht aan de Oost-Indiëvaarders. Via de Schilsloot werden vaten met dit lang houdbare en
smakelijke water naar de schepen vervoerd die op de 'Rede van Texel' voor anker lagen.
De putten danken hun naam aan het feit dat de wateropbrengsten ten goede kwamen aan het Algemeen Weeshuis in Den Burg.
Daarnaast vormde de Rede van Texel in de VOC-tijd het startpunt voor reizen naar de west, waarbij het ijzerrijke en dus goed houdbare Texelse water een
belangrijke rol speelde. Fort De Schans werd door Napoleon zelf bezocht en geïnspecteerd.
Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog vond op het eiland een opstand plaats van Georgische huurlingen, die bloedig werd neergeslagen door de Duitse
bezetters. Stille getuige is het Russenkerkhof. Ook liggen op verschillende plaatsen op het eiland zwerfkeien op plaatsen waar in deze periode vliegtuigen
zijn neergestort. Plaquettes vermelden de namen van de toestellen en hun bemanning.
Gouden Driehoek
Oudeschild, De Wezenputten en fort De Schans vormen samen de Gouden Driehoek. De gemeente Texel wil dit stuk historie weer tot leven wekken bij de verdere
ontwikkeling van de haven van Oudeschild en de viering van 400 jaar VOC in 2002. In het Maritiem en Juttersmuseum in Oudeschild zijn regelmatig exposities
over deze bloeitijd te zien.
Tegen de Hoge Berg ligt een interessant loofbosje dat de Doolhof wordt genoemd. Het werd eind 1774 aangelegd. De trap op het hoogste punt (15 meter boven de
zeespiegel) van het bosje wordt ook wel de Zeven Pannenkoeken genoemd. Het Doolhof, zo genoemd naar de labyrintische dooreen gevlochte slingerpaden, valt
onder het beheer van de Stichting Natuurmonumenten en het Staatsbosbeheer.
Op het Galgenveld aan de Schansweg in het zuiden van de Hoge Berg werden ten tijde van de Vereenigde Oostindische Compagnie, muitende zeelieden en ander
rapalje aan de galg gehangen. De op dit hooggelegen veld opgestelde galgen waren bij helder weer vanaf zee goed zichtbaar en hadden daardoor een
afschrikkende werking op de zeelui aan boord van de op de Rede van Texel liggende schepen.
Fort De Schans
Dit verdedigingswerk uit de 80-jarige oorlog werd in 1570 aangelegd op gezag van Willem van Oranje en diende ter verdediging van de op de rede van Texel
liggende schepen. Tijdens de Franse bezetting in 1811 werd het verdedigingswerk in opdracht van Napoleon Bonaparte versterkt en uitgebreid met de
fortificaties Redoute en Lunette. In 1922 werd De Schans die evenals de twee anderen forten nooit voor de oorlogs-voering werden ingezet, buiten militair
gebruik gesteld. Een deel van het vestingwerk werd later afgegraven en het materiaal gebruikt voor de ophoging van de dijken.
In opdracht van Natuurmonumenten is in 1992 de uitvoering gestart van het restauratieplan De Schans, dat uitgaat van de reconstructie van de situatie van het
fort van omstreeks 1811.
De Zandkuil
'Hier is een hap in den Hoogen Berg gedaan' schreef Jac.P Thijsse in het Verkade album Texel. Hij doelt daarmee op de circa 40.000 kubieke meter zand en leem
die hier is afgegraven ten behoeve van de dijkwerken langs de Zuiderzee. De zandige bodem van de groeve is tegenwoordig van groot belang voor allerlei
insecten. Vooral graafwespen en graafbijen komen hier in een groot aantal soorten voor. In de eerste helft van de twintigste eeuw was dit gebiedje een
speelterrein voor de jeugd. Op derde Pinksterdag, de zogenaamde 'bossiesdag', trokken moeders met hun kinderen naar de zandkuil om daar van een typisch
Texels dagje uit te genieten.
Het natuurreservaat De Zandkuil is thans, in tegenstelling tot de bijgelegen 'Doolhof', niet (meer) toegankelijk voor publiek.
Maritiem- en Juttersmuseum
In het Maritiem- en Juttersmuseum is een prachtige maquette te zien van de Reede van Texel. Deze bestaat uit drie delen. Elk deel meet 6 bij 4 meter. De
thema’s zijn VOC, admiraliteit en visserij. Daarnaast heeft het museum een juttersgedeelte. In de schuur hangen veel attributen die in de loop der jaren door
de jutters op het strand zijn gevonden.
De jachthaven is een zeer aantrekkelijke plaats voor watersporters. Oudeschild heeft een haven voor passanten. De Waddenhaven Texel heeft 250 zelfstandige
ligplaatsen, waar men kan afmeren bij de eigen vingerpier, achterpalen of langs de steiger. Dus niet dubbel liggen, geen geklauter en geloop over andere
schepen. Privacy, rust en veiligheid staat hier voorop.
Aan Waddenhaven Texel het internationale keurmerk de blauwe vlag toegekend. Dit betekent dat de milieukwaliteit, de veiligheid en het niveau van de
voorzieningen aan hoge eisen voldoet.
|
 |
|